Inspiratie

Het was een prachtige ochtend.

Ik liep door de volle groene weide, waar de dauwdruppels aan iedere grasspriet kleefden. De druppels vormden een schitterend schouwspel, gebruik makend van het zonlicht. De zon drong door iedere waterdruppel en maakte een spektakel van kristallen, alsof iedere grasspriet bezet was met diamanten.

dauw

De diamanten  maakten dankbaar gebruik van mijn passeren en hielden zich vast aan mijn benen toen ik door het gras slenterde.

Ik droeg ze mee in de richting van het bos dat in mijn zicht opdoemde, aan het einde van het grasveld. Het bos had een grote aantrekkingskracht op mij en deed dan ook mijn pas versnellen. Ik verheugde mij op de wandeling door het bos. Ik voelde me prettig en uitermate rustig, geheel op mijn gemak.

Een smal paadje leek de toegang te zijn tot het bos. Er stond nog net geen bord bij “Toegang”, maar ¬†de toegang was het voor mij absoluut.

De overgang van het grasveld naar het bos maakte ik vloeiend. Ik was zo in mijn rust verweven dat ik de overgang niet bemerkt had.

Ik snoof plots de heerlijke geur van de bomen op en liet deze tot mij doordringen. De geur van de bomen mengde zich met de zoete geur van bessenstruiken en het werd gaandeweg een zoete geur van een exotisch parfum.

bospad

De geur stemde me blij en opgewekt.

Genietend van de wandeling viel me op dat ik niet alleen was.Ik keek over mijn linkerschouder en zag een grote man achter mij lopen. Dat ik hem niet eerder opgemerkt had, leek me een wonder.

Het was een grote man met een donkere huidskleur, met stralend witte tanden. Het laatste was niet te missen want zijn glimlach was hartverwarmend.

We keken elkaar, al lopend, recht in de ogen en alhoewel ik hem nog nooit in levende lijve had ontmoet, had hij meteen een plek in mijn hart. Zijn blik raakte mij enorm en het was alsof ik gezelschap had gekregen van een vriend die ik al jaren uit het oog verloren was.

“Loop je dezelfde kant op als ik “?, vroeg ik naar voren wijzend.

Hij knikte. “Ja Gerard, ik loop ook die kant op, dezelfde richting als jij”.

“Weet je wie ik ben”?, vroeg ik verbaasd.

“Ja Gerard, ik weet wie jij bent”, beaamde hij.

De geruststelling in mij was vele malen groter dan de verbazing die zich van mij meester had moeten maken.

“Ik ben een heerlijke wandeling aan het maken”, zei ik. Hij knikte en bleef glimlachen. “Hoe heet je trouwens”?, vroeg ik. Zijn uitstraling was enorm.

“Bremer”, zei hij op kalme toon.”Ik heet Bremer”. De naam hoorde bij hem. Het voelde meteen vertrouwd.

“Waarom loop je eigenlijk met me mee”?, vroeg ik op een ontspannen wijze.

“Waarom”?, herhaalde hij. Ik knikte.

“Omdat ik altijd met je meeloop”, zei hij al lachend. “Ik ben er altijd Gerard, altijd. Je hebt mij nog nooit zo duidelijk opgemerkt, maar ik ben er altijd en overal. Je bent nooit alleen”.

Het klonk vreemd, maar desondanks verbaasde zijn antwoord mij totaal niet.

“En waarom ben je dan altijd en overal bij me”?, vroeg ik. Hij lachte en zei : “iedereen heeft gezelschap van vrienden, dus jij ook “.

“Weet jij wat inspiratie is”?, vroeg hij plotseling. Ik zei :”Ja dat denk ik wel”.

Alsof mijn antwoord niet erg belangrijk leek te zijn, zei hij :”Inspiratie, dat is de adem van de Geest, de Spirit. Je zou het ook ingeving kunnen noemen. Dus als je een ingeving krijgt, dan voel je mijn adem. Ik help je soms. Als je in gedachten om hulp vraagt, dan help ik je altijd. Daar ben ik voor, dat is de reden van mijn bestaan. En dat is dus mijn taak, zoals jullie dat zeggen. Jou te helpen bij je wandeling, door het leven”.

“Waarom zie ik je dan nu pas, als je altijd bij me bent en altijd bent geweest”?, vroeg ik meteen.

“hahaha”, hij bulderde van het lachen. “Nu pas of nu al”?.

Zijn lach maakte plaats voor een liefdevolle, warme blik en hij zei :”Zoals jij nu jouw zintuigen open vouwt voor andere dimensies, voor geuren, voor schoonheid, voor gevoelens van geluk, dat leek mij nu eens het juiste moment om jou eens zichtbaar gezelschap te houden”.

Ik keek naar links en zag Joze heerlijk slapen. Ik moest diep nadenken. Ik had gedroomd leek het wel, ik wist het zeker. Ik had gedroomd. Maar meteen werd ik getroffen door een overweldigend gevoel van weemoed.De droom liet me niet los.

Ik kon niet meer slapen en lag nog enige tijd mijn droom te overpeinzen, toen ik een zachte vriendelijke, liefdevolle stem hoorde zeggen :”Weet je zeker dat je gedroomd hebt, Gerard “?.

Het was de stem van Bremer.

Door de inspiratie ben ik wakker geworden en nog steeds wakker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *