Overtuigd

Ik zat op een terras te genieten van de zon met een voortreffelijk glas wijn in mijn hand.

Het was in mijn geliefde Maastricht. Op een historische plek, het Onze Lieve Vrouwe plein.

Mijn dag kon niet meer stuk.

De mensenmassa die langs mijn tafeltje slenterde, amuseerde mij enorm. Prachtig om al die verschillende mensen te bekijken, ieder met hun eigen uitstraling.

Mijn aandacht werd plotseling getrokken door een op leeftijd zijnde mevrouw.

Het viel mij meteen op dat ze uiterst precies gekleed was. Ze had aandacht gehad voor detail en had een bewuste stijl van kleding gekozen voor die dag. Geen enkel kledingstuk, zo leek mij althans, was per ongeluk uit haar, ongetwijfeld uitgebreide garderobe gevallen. Haar keuze was exact en zeer nauwkeurig geweest die ochtend. Bovenal, de kledingstijl hoorde in mijn ogen bij haar.

Ze liep apart van de grote groepen mensen en was duidelijk alleen deze ochtend. Ze keek in het rond en onze blikken kruisten elkaar. Ik voelde mij licht betrapt, dat ik zo uitgebreid naar haar keek. Het leek haar echter niet te deren. Ik schatte de vrouw, dame moet ik eigenlijk zeggen, ruim de tachtig jaren gepasseerd, maar op een merkwaardige manier oogde ze veel jonger.

Plotseling alsof haar iets te binnen was geschoten, onderbrak ze haar wandeling en boog af richting het terras waar ik mij bevond. Ze observeerde het gehele terras op haar gemak en liet uiteindelijk haar blik vallen op de nog drie lege stoelen die zich rond “mijn”tafel bevonden.

Zo staande werd ze gevangen door een zonnestraal en het licht weerkaatste op haar oud-roze mantelpakje. Het mantelpakje was voorzien van een prachtige rand  smetteloos wit kant. De gedachte kwam bij me op dat ze zo van een bruiloft was weggelopen.

Ze deed een paar stappen in mijn richting en keek mij aan. “mag ik U iets vragen mijnheer”?, zei ze met een zachte doch zeer gevulde stem. Het Maastrichts accent was onmiskenbaar. “Zijn deze stoelen nog vrij “?, ze wees naar de andere stoelen aan mijn tafeltje. “Jazeker mevrouw”, antwoordde ik, “neemt U lekker plaats”. “Ja fijn,dat ga ik zeker doen”, zei ze op een vriendelijke toon. “Eventjes lekker genieten”.

Toen de vrouw ging zitten stond ik heel even recht. Ik schrok van mijn hoffelijkheid, maar op de een of andere manier kon ik niet anders. Het was niet iets dat ik altijd deed, maar bij haar ging het vanzelf. Ze leek het op te roepen. Haar uitstraling en krachtige energie dwong iets bij mij af, waar ik niet aan voorbij kon gaan. We hadden  een beleefde glimlach voor elkaar.

De kelner stond binnen een mum van tijd naast haar en bracht haar vervolgens het door haar bestelde mooie glas rode wijn. Ik dacht ; ze maakt niet alleen op mij indruk. Ondanks de grote drukte gaat zelfs de kelner niet aan haar voorbij. Ik kon mijn binnenpretje maar met moeite onderdrukken. Ik wilde absoluut niet de indruk wekken dat ik om haar lachte in negatieve zin.

Na een kleine tien minuten stilzwijgend de langsstromende mensenmassa te hebben gadegeslagen, zei ze plotseling :”Wat is het leven toch zalig, zitten we hier op dit prachtige plein met een heerlijk glas wijn te genieten in de warme zon”.

Ik keek naar haar en zag de voldane blik van een jonge vrouw, alhoewel zij geenszins jong meer was wat haar leeftijd betrof.

Die blik herinnerde mij vrijwel meteen aan mijn moeder, zoals ik haar vaak op foto’s had gezien in haar jonge jaren. Ik herkende de blik van de oude foto’s die ik thuis heb staan op mijn “fototafeltje”.

Ik zei : “Ja mevrouw, dat is werkelijk genieten. En ook  zo,n heerlijk weer bij de wijn. We boffen”.

“Ja”, zei ze, “vandaag is het nog prachtig weer. “Laten we er nog maar van genieten”.

Ik beluisterde een vreemde toon in die laatste zin. Ik had diezelfde ochtend nog de weerberichten gehoord  en de komende dagen zou het prachtig weer blijven, aldus de weerman.

Ik reageerde alsof ik haar wilde verassen en zei :”Het blijft de komende dagen dit prachtige weer, mevrouw”.

“Oh ja ?”, vroeg ze , “denkt U ?”.

“Ja “, zei ik, “daar ben ik van overtuigd”. Nou dacht ik, heb ik haar misschien toch nog een beetje blij kunnen maken.

Maar de vrouw keek mij aan en het leek alsof er een andere blik bij de vrouw tevoorschijn kwam op haar gelaat.

Even was het stil en toen zei ze peinzend : “Tja , dat is me nog eens een woord”. Ik keek haar verbaasd aan en ik had geen idee waar ze over sprak,

“Wat bedoeld U ?”, vroeg ik.

“Overtuigd”, zei ze beslist.

“Bent U echt overtuigd”?, vroeg ze. Zonder mijn antwoord af te wachten ging ze op zekere toon verder. “Weet U waar dat woord vandaan komt ;  overtuiging ? ”.

Ik kreeg nog steeds niet de mogelijkheid om te antwoorden.

“Uit de scheepvaart, de scheepvaart van vroeger, lang geleden, weet U wel “?.

“Als een zeilschip overtuigd was, dan had het schip teveel tuigage. Het gevolg was dat het schip niet meer kon laveren zoals dat heet. Het schip kon alleen nog maar in een rechte lijn varen, alsmaar rechtdoor en niemand kon er iets tegen beginnen. Linksaf of rechtsaf was niet meer mogelijk”. Ze sloeg een hand tegen haar wang en zei : “Oh, nu zeg ik het toch weer verkeerd”, met een grijns op haar gezicht. “Ik bedoel bakboord of stuurboord, wat dom van mij “.

“De man die man grote liefde was en nog steeds is, God hebbe zijn ziel, is een lange tijd kapitein geweest op een groot zeilschip. Hij vertelde mij van de tuigage van het schip. Het schip mocht nooit, maar dan ook nooit overtuigd zijn, want dan had de bemanning een groot probleem”.

“Ik hoor het hem nog zeggen “, zei ze; “Maria, pas op dat je nooit vast komt te zitten in een overtuiging, want dan kun je geen kant meer op”.

Ze keek mijn kant op en zei vol trots :”Maria, zo heet ik”. Ze keek vervolgens weer recht vooruit en vervolgde haar verhaal. “Dat kon hij zo mooi vertellen , als je overtuigd bent, dan doet de wereld links van je en rechts van je er niet meer toe, Je wordt beperkt. Je kan overtuigd zijn van iets dat achter je ligt want dan hoef je niet meer te sturen”.

Ze haalde diep adem, keek mij aan met een liefdevolle warme blik en zei al zuchtend :”Vandaag is een prachtige dag en wij zitten hier samen van een heerlijk glas wijn te genieten, of ik hier morgen weer opnieuw op die manier zit , genietend van een mooi glas wijn, daarvan”, zei ze grinnikend, “daarvan ben ik nog niet zo overtuigd”.

“Mijn man zei altijd : Maria, er is niets zo moeilijk om het weer te voorspellen”. Ze dacht even na en zei :”En ik ben ook de jongste niet meer”.

Ik was stil, ontroerd en leerde mijn les.

De les duurt tot aan de dag van Vandaag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *